Wakker worden…
Dat kan soms even moeilijk zijn, vooral als je net heerlijk aan het dromen was (zie “Dromen” van 13/3/06). Tijdens onze vakantie op Corsica ging de wekker héél luid af. Maar naast wat vage hoofdpijn hou ik er vooral warme herinneringen aan een paar hartelijke mensen aan over…
Woensdag, 7 mei
Heb gisteren van Annie Bernardini via de telefoon een afspraak gekregen om vandaag zo rond 16u te komen kletsen op het hoofdkwartier, maar heb natuurlijk het adres op mijn eigen manier neergekrabbeld. Bij het afsluiten van het gesprek zeg ik “A dopu” (tot gauw) en ze lacht uitgelaten.
Gewapend met een erg summier stadsplan van de toeristische dienst en de uitleg van het meisje achter de balie trek ik de oude binnenstad in op zoek naar mijn rendez-vous… Het is pas half twee als ik het adres gevonden heb, dus ikke gerust en fier. Nog wat shoppen, nog iets gaan drinken en dan op mijn kuierlatten terug. Ik moet Annie bellen als ik in de straat kom (het huisnummer heb ik niet).
“Annie, ik sta hier in de straat, welk gebouw is het?” Oh jee! Ik sta vlakbij de oude haven en ik word verwacht in Pietrabugno, helemaal boven het moderne prefectuurgebouw aan de andere kant van de stad… Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om mijn auto op te halen op de place St-Nicolas! In dat zuiderse stadsgewoel? Never!
Aan een politieman (!) vragen naar de prefectuur, aan een half dozijn mensen op straat, niemand die dat weet zijn, he! Uiteindelijk in een krantenwinkeltje hebben ze een ander (ook simpel) stadsplan, maar wél de juiste uitleg. Intussen zijn de boeken die ik gekocht had door het plastic tasje gevallen en die liggen meer op de straatstenen dan ik ze in mijn handen heb. Zenuwen? Ikke? Bah, nee gij! De dame van de krantenwinkel heeft zo met mij te doen dat ik naast dat stadsplan ook nog een linnen tasje met de afbeelding van Corsica en zijn voornaamste steden krijg. Mijn boterhammekes gaan nog beter smaken als ik ze in dat tasje meeneem!
Met de benenwagen de place St-Nicolas over, dan van de nieuwe haven weg naar dat ronde, hagelwitte moderne gebouw dat de prefectuur is en dan vragen naar de straat… die niet meer op het stadsplan kon en niemand weet zijn, zelfs niet diegenen die er blijkbaar wonen???????
“Annie, ik sta achter de prefectuur in de rue des Bois de Bastia. En nu?”
“ Ah, dan ben je dichtbij! Waar ben je juist, wat zie je?”
“Ik sta naast een roze kerkje”
“Goed! Héél goed! Iets verder ga je op je linkerkant een SuperU zien en iets daarachter rechts een apotheker. Daar moet je omhoog (steil omhoog!) naar rechts tot helemaal achteraan, dan links, dan terug rechts en dan terug links. En dan bel je maar terug. Zie je de apotheker al?”
“Annie, ik ben te voet… Dat gaat zo rap niet, hoor!”
“Och, nee!!!!! Ik dacht dat je in de auto zat. Ohlala!!! Ma pauvre! Ga je dat allemaal kunnen onthouden als je zo moet zwoegen ? Bel maar als je vastzit”
Ik kan het onthouden tot ik ademloos bij het gebouw sta (raad eens hoe het heet? Les immeubles Asphodèles (Affodil). Toeval ? Bestaat niet ! Alleen deuren vallen toe!)
Ik draai nog een kwartier rond het gebouw om de ingang te vinden, het zweet loopt intussen in stralen van mijn rug en ik zie knalrood. Gevolg: als ik eindelijk binnenkom schieten we met z’n 3 (Annie, Cynthia en ik) in een gierende lach en wordt onmiddellijk een groot glas fris water voor me neergezet om even op mijn positieven te komen. Annie geeft me een hartelijke knuffel alsof we mekaar al jaren kennen (we béllen al wel 2 jaar, natuurlijk). Op dat moment komt Alain binnen en die is ook direct aan het lachen (ik moet er dus wel verschrikkelijk onnozel uitzien…). Hij blijft maar even praten, want hij moet gelijk weer weg.
Jean-François is er zelf niet want er is vanavond een debat ten voordele van het AFC en hij moet nog van alles voorbereiden. Annie zal hem mijn brief geven, want ze gaat ook naar die bijeenkomst. Heb er de knuffelstenen in gedaan die ik het hele vertaal- en wachtproces heb bijgehouden. “… pas des petits cailloux blancs, mais peut-être on en peut construire des châteaux pour demain quand même…”. Een zinnetje dat refereert aan zijn tekst “Un battement de coeur” uit zijn boek “Umani”.
Een gezellige babbel van zeker een uur, maar met de gevreesde negatieve afloop. Anne Carrière, de uitgever van de Franse versie, vond uiteindelijk dat het sop de kool niet waard was. De kosten voor een nalezing door een beroepsvertaler zouden te zwaar wegen op de te verwachten kleine oplage, dus gaat het feest niet door. Zelfs de lovende reactie van Kramat, de Belgische uitgeverij die oorspronkelijk wel geïnteresseerd was, mag niet baten. Einde van het verhaal.
Terug naar de auto gaat een stuk makkelijker want bergaf, een illusie armer en geen stenen meer op zak.