h1

Vakantieherinneringen…

26 maart, 2006

terschelling-2006-020.jpgOnze schoondochter werkt op een reisbureau. Als dusdanig kreeg ze een mailtje toegestuurd van een Radio 1-stagiair die op zoek was naar mensen die al verschillende jaren naar dezelfde plaats op vakantie gaan. Omdat ze weet dat we intussen bijna tot de Tschilger incrowd behoren, stuurde ze het berichtje door, met de vraag “iets voor jou?”. Ik besloot het er op te wagen en kreeg vrijdagavond de medewerker aan de lijn voor een verkennend gesprek. Een gezellige babbel, die -zelfs als hij verder zonder mediagevolgen blijft- zeker zijn sporen naliet. Ik ben namelijk opnieuw in oude vakantieverslagen en -dagboeken gedoken en heb een hele avond genoten. Een aantal dingen wil ik toch wel met jullie delen. Wie nog even moet wachten op vakantie, kan misschien mee mijmeren…

Terschelling oktober 1999.

De Waddenzee is groen-grijs, de lucht erboven grijs-grijs. De wolken hebben perfect rechte onderkanten, zodat het lijkt alsof de boot door een corridor glijdt. Het deinen is niet overdreven, maar toch duidelijk voelbaar.

Als we het eiland naderen, wordt de corridor bovenaan breder en blauwer. Zonniger ook, zodat we onderaan nieuwe kleuren zien verschijnen : een gelig-witte strook met licht- en donkergroen eroverheen, witte rechthoekjes met rode driehoekjes bovenaan, felwitte vlakken langs de nu goed te onderscheiden kade en minuscule figuurtjes, die op de pier door mekaar krioelen als de kristallen in een caleidoscoop.

We rijden de boot af en het eiland op. We vinden moeiteloos de weg op deze 100km². Het uitpakken is een geoliede routine en de bevoorradingsadressen zijn gekend, zodat we tegen halftwee met gevulde magen op weg gaan om lege hoofden te halen.

Hondje Nicky is duidelijk onder de indruk van haar eerste bootreis en heeft tijd nodig om die belevenis en de vrijheid van strand en duin te verwerken. We zijn van vóór 5 uur op pad en dat laat zich voelen. Toch laten we ons verleiden tot een wandeling van bijna 3 uur. Bij thuiskomst doen een hete douche, een oude jenever en een warme maaltijd het laatste werk : uitgeteld kruipen we nog vóór 8 uur in bed. Pas de volgende ochtend valt het gebarsten geluid van de torenklok ons op.

Na het ontbijt maken we een wandeling naar de Waddendijk. Het is vloed en dus zien we slechts heel in de verte honderden eidereenden op het water dobberen.

In de namiddag gaan we het duin in. Nicky begint zich op haar gemak te voelen. Ze durft al een eindje vóór- of achterlopen en als we op het strand komen, vraagt ze warempel om mee te gaan pootjebaden. Morgen laarzen aantrekken, dus. Het is druk : we komen wel 10 mensen tegen. Na 3 uur stappen komen we terug bij de douche, de borrel, de warme hap en (nog net) ons bed. Waar is de tijd, dat we de tijd beter verteerden ?

De torenklok werkt niet goed : aan die ene slag van het halve uur heb ik geen boodschap en bij elk voornemen om 30 minuten later de tijd na te tellen, val ik terug in slaap. Met een stippellijn van halve en hele uurtjes sluimering achter mij aan, zie ik de ochtend aanbreken.

 In opperbeste stemming gaan we in West grondig inkopen doen voor een paar dagen. We eten wat vroeger, zodat we ten volle van een prachtige herfstnamiddag kunnen genieten in de berkenbosjes van de Boschplaat. De vogeltrek is in volle gang : overal zie je rare exemplaren met kijkers, potlood en papier tussen de struiken scharrelen. Boven hun hoofden hebben kramsvogels, koperwieken, vinken en sijzen de grootste moeite om niet uit de lucht te vallen van het lachen.

Via het duin komen we op het strand, waar ik met Nicky in het water ga. Ze vindt het leuk, zolang haar buik maar droog blijft. Dat ze leergeld moet betalen om de ondiepe kant van een zwinnetje te leren herkennen, neemt ze er ongaarne bij. Dan holt ze opeens een rode bal achterna, het duin over, helemaal uit het zicht. Net als ik denk : die zien we nooit meer terug, komt haar rosse kopje boven de duintop en rent ze het strand op. Ze moet wel eerst bij twee andere stellen langs, eer ze ons terugvindt.

Langs dezelfde weg terug naar de auto en dan naar huis : douche, borrel, eten, … We gaan vanavond niet zo kinderachtig vroeg naar bed, dat hebben we onszelf plechtig beloofd. Manhaftig houden we het hoofd recht tot halfnegen.

We rijden na het ontbijt naar West, kopen wat tekengerief en gaan dan naar het strand. Na een tijdje gaan we op de top van een duin zitten en laten het vogelgebeuren gewoon gebeuren. Omdat we ons koest houden, gebeurt het vlak bij ons. De kijkers hoeven niet eens, en potlood en papier gebruiken we hier niet. Er valt dan ook geen enkel slachtoffer uit de lucht. Wel merken we dat een rustige, kleine hond een magische aantrekkingskracht op vogels uitoefent. Nieuwsgierig komen ze dichterbij, ons totaal negerend. Nicky wint dagelijks aan vertrouwen. Ze geniet met volle teugen van de nieuwe vrijheid. Het zal wennen worden na de vakantie.

De Wadden hebben de truc weer snel voor mekaar : reeds na enkele dagen zijn we beiden volkomen ontspannen. Na de middag gaan we langs het bospad naar de duinen. We worden per fiets ingehaald door iemand, die ik vooral aan haar honden herken van twee jaar geleden : die bewaakten haar kleren, terwijl zij in haar blootje in het water ging. Venteke gelooft mij niet, maar moet mij een half uurtje later gelijk geven. Het schijnt trouwens epidemisch te zijn. Uit het duin vlak bij ons komt een ouwe magere kerel in adamskostuum tevoorschijn en begeeft zich naar het water. Het hele af- en aangeloop duurt trouwens een eeuwigheid langer dan zijn druïde-achtige dansje in het zilte nat. Het gaat hem blijkbaar meer om de « geste » dan om de sport.

Ik slaap voor de tweede opeenvolgende nacht op de zetel om uit het geraas van Venteke’s straalmotoren te blijven, maar voor de rest doe ik me niet veel profijt. De zetel deugt al evenmin als de matras en ik zweer de dure eed, nooit ofte nimmer nog met vakantie te gaan zonder mijn eigen vertrouwde hoofdkussen. Ik sta op met een ellendige rug. Ik hou het in de voormiddag dus maar wat rustig, maar na het middageten trekken we kalmpjes de duinen in.

Het weer is betrokken en de wind is lang niet zo zwoel als de vorige dagen, maar we vinden een luw plaatsje op een hoge duin, waar we uitzicht hebben over de bosrand en de omliggende duinpannen. Warmpjes ingeduffeld kruipen we gezellig tegen elkaar aan en houden Nicky in de gaten die af en aan rent. Na een poos willen haar pootjes niet meer mee en komt ze tussen ons in zitten. Het is heerlijk stil in de duinen. Met het geruis van de zee op de achtergrond en het ritselen van het stugge zeegras vlakbij, kunnen we ons een paar uurtjes de illusie van een onbewoond eiland veroorloven. Dan wordt het drukker op het pad en keren we naar huis terug. Met een beker hete chocola zet ik me aan het lezen, terwijl Venteke de plaatjes in « Herfst » en « Winter » van Jac P. Thijsse kleeft. De uit-de-tijdse Verkade-uitgaven, met hun haast antieke uitzicht passen zo perfect bij deze omgeving, dat het geheel terecht lijkt, dat de seizoenenreeks hier kompleet raakt.

Langs het duinpad vertrekken we richting Mids en maken een prachtige boswandeling. Dan steken we bij Landerum door naar de wadkant en keren langs de dijk terug. We ontdekken een prachtplaats om de wadvogels te komen bezien.

Na de middag rijden we naar Mids om een extra lijmstift. We doen nog een paar inkopen in een natuurwinkel en brengen een gebakken visje mee voor het avondeten. ‘s Avonds komt er eindelijk een eind aan  Vargas Llosa’s « Oorlog van het einde van de wereld » die in het voorjaar in Auvergne uitbrak.

Om 9 uur vertrekken we aan Heartbreak Hotel langs het jaagpad, richting Amelander Gat. We doen welgeteld 3 uur over de 16km en in die tussentijd krijgen we fraaie dingen te zien. Nicky is uiteraard weer overenthousiast, met het gevolg dat ze minstens de dubbele afstand aflegt. Ze weet nog niet dat de terugweg nog eens zo lang is.

We vinden een zonovergoten duinpannetje uit de wind en eten onze brooddozen leeg. Beurtelings praten we wat onzin, om te voorkomen dat we hier in slaap vallen en niet tijdig thuis raken. Langs het strand vallen schatten te rapen. Die komen bij de verzameling van vorige bezoeken. Ik wil er een keuze uit maken om een schemerlamp te bekleden.

We hebben net geen 6 uur nodig, om de volle 32km af te leggen. We zijn eigenlijk alledrie even blij de auto te zien. Terug thuis, kan ik het nog net opbrengen om voor eten te zorgen en Nicky naar bed te dragen en onder te stoppen. Die is zelfs te moe om zich nog om haar hondenbrokken te bekommeren.

De weekendgasten zijn er en dat brengt een niet ongezellige drukte mee, alleen is het opletten geblazen met een hond die tegen haar zin aan de lijn moet. Het is overigens berekoud. Volgens onze berekeningen moet het kort na de middag het beste moment zijn om bij het wad vogels te gaan zien. We laden statief, telescoop en 400mm in en trekken, verkleed als poolreizigers, naar de dijk. Ogen te weinig, natuurlijk. En bovendien zitten we voortdurend te tranen van de kou. Maar dat hoort er nu eenmaal bij. Als er massa’s verkleumde wandelaars voorbij komen, houden we het voor bekeken. De vogels trouwens ook.

Thuis zorgen een hete douche en dito kop chocola ervoor, dat we ons snel weer opperbest voelen. We brengen de rest van de dag door met tekenen en schrijven.

Ik heb brood- en kaasrestjes en een stukje appel op de terrastafel gelegd en het was echt niet nodig om hiervoor een annonce te plaatsen, want nog voor de deur goed en wel achter mij in het slot valt, zijn de eerste gevederde gasten al neergestreken. We stellen het fototoestel strategisch op en begluren om beurten de eters. Hoe was dat ook weer van Mozes en de berg ?

Nederlanders worden blijkbaar geboren met een fietszadel gebruiksklaar aan hun kont. Op de fietspaden is het een drukte van jewelste, maar niet één peddelaar die er over piekert om af te stappen. Zo komt het, dat we het strand en de duinen ook tijdens het weekend voor ons alleen hebben.

De wekelijkse volksverhuizing is weer achter de rug, op een aantal vroege herfst-vakantiegangers na. Behalve op de fietspaden, vindt je die echter alleen in de straatjes van West. We doen boodschappen, laten ons verleiden tot een kopje koffie mét en vinden in de lokale boekhandel een drietal detectiveverhalen, die zich op Terschelling afspelen. Meenemen dus, want ik weet uit ervaring, dat het extra spannend is, als je de locatie goed kent. De verhalen zijn niet van het gehalte van onze Maigrets natuurlijk, maar daar zijn we dan ook bepaald mee verwend. Anderzijds lijkt het de volgende dagen wel, of ik de personages op straat herken. Ik weet verschillende genoemde huizen staan en begin de straatnamen te kennen. Als we in de buurt van de Dodemanskisten wandelen, zie ik de scènes zich voor mijn ogen afspelen.

Terschelling zit erop voor dit jaar. In alle vroegte rijden we naar de boot. Het is verre van druk, dus Nicky kan mee naar boven. Ze kijkt zich de oogjes uit haar sluwe kopje en geniet. Toch zal ze er niet rouwig om zijn in haar vertrouwde omgeving te komen, denk ik. Het wordt trouwens geen afscheid voor lang : de plannen voor een voorjaarsbezoek volgend jaar zijn al gemaakt.
 

één reactie

  1. wadden
    zalig vakantieverslag, affodil! zelf gaan we dit jaar voor \’t eerst \”eilandhoppen\” op de wadden. ik kijk er na jouw verhaal nog méér naar uit. liefs,
    27-03-2006, 10:32 geschreven door paz



Laat een reactie achter