h1

Rolstoelperspectief…

11 juni, 2007

Een bezoekje aan het blog van agaathje bracht me een tekst in herinnering die ik 4,5 jaar geleden schreef voor ons personeelsblad. Aangemoedigd door de positieve commentaren heb ik het stukje dan maar doorgestuurd naar De Lijn en onze toenmalige minister van mobiliteit S. Stevaert (er waren toen ook verkiezingen op komst geloof ik, dus dàt is het gepaste moment). Toeval of niet, enkele weken later beloofde de minister een lift in één van de metrostations. Die is intussen ook alweer even in gebruik (metrostation Meir, alleen voor handgeduwde rolstoelen; de electrische kunnen er niet in wegens deur te smal). Ik ga hier zeker niet met de hele staart pluimen lopen, maar ik hoop toch stiekem dat mijn cursiefje er een heel klein kiezelsteentje aan heeft kunnen bijdragen.

Je kijkt al een tijdje uit naar de vakantie. Bij aankomst ter plekke lijkt alles even paradijselijk en dan … knapt er iets en voor je ’t weet, bezie je de samenleving vanuit een heel ander perspectief. Vanuit de laagte, vooral. Vanuit het “daar-kan-ik-net-niet-bij” –perspectief ook. Het overkwam mij afgelopen herfst. Mijn eerste gedachte toen ik zat te wachten op de hulpdiensten: ”Al goed dat het geen arbeidsongeval is. Als preventieadviseur zou ik nogal wat mogen horen!” En ik had nog meer geluk: ik wist dat ik vroeg of laat weer uit m’n karretje zou opstaan en kunnen rondstappen. En –achteraf bekeken- misschien de kers op de taart: ik heb de keerzijde van de medaille gezien en héél veel geleerd. Een paar van die waarheden waar ik met mijn hele gezicht ben ingeduwd, wil ik u niet onthouden. Mind you: ik had overal een lieve, bereidwillige “piloot” bij. Sommige mensen moeten solo over de hele rit.

Neem nu de dagdagelijkse obstakels als je met zo’n rolstoel door het leven rijdt, bijvoorbeeld. Het klinkt heel aanlokkelijk om na 4 weken binnenzitten eens “naar ’t Stad” te gaan winkelen bij het zachte oktoberweer van dit jaar. Maar de nacht daarvoor schiet je plots wakker en realiseert je, dat dat niet zomaar kan. Je had namelijk gedacht om aan de nieuwe terminus in Zwijndrecht de metro te nemen. Dat zijn toch van die handige, gastvrije lage drempelmodellen? Alleen jammer dat het perron ter hoogte van de wachthokjes smaller is dan een rolstoel … Maar goed, je moet niet bij de scouts of het leger geweest zijn om je plan te trekken. Je komt op één of andere manier toch aan boord en ter hoogte van het Van Eedenplein duik je de ondergrond in. Voor eeuwig, want in de metrostations zijn geen liften en ik zie mij –met of zonder begeleider- niet in een rolstoel op een (rol)trap naar het daglicht ploeteren.
Grappig? Om te lezen wel, ja … Om mee te maken: iets waar je de wenkbrauwen bij fronst.

Neem nu de staat van voetpaden in de stad, bijvoorbeeld. Noodgedwongen gingen we via de oude voetgangerstunnel, want daar heb je wel een lift. En dan kom je aan de andere kant boven en het kegelspel begint. Eerst moet je een oversteekplaats vinden. Makkelijk zat. Op veel plaatsen is de stoeprand vanzelf ingezakt. Pas als je bijna uit je rolstoel gekatapulteerd wordt, merk je dat het asfalt zo’n 10cm hoger ligt dan de stoep. Je had dat kunnen zien, natuurlijk, maar je was samen met je “duwer” aan het zoeken naar een voldoende brede doorgang tussen de paaltjes op het voetpad. Bovendien moet je het stadsverkeer in de gaten houden, zorgen dat je geen voetgangers aanrijdt, de vuilniskar ontwijken, tussen de hondenpoep laveren … De Dakar is er kinderspel bij. Aan de overkant is een winkelwandelstraat … met kasseien. Of met arduinen tegels … die afhellen naar een roltrap van de metro. Grappig? Niet als je door mekaar geschokt bent en kramp in je vingers hebt van het bijsturen.

Neem nu de toegankelijkheid van winkels en eet- en drankgelegenheden, bijvoorbeeld. Nu ik intussen uit dat vehikel ben, kan ik eindelijk een verjaardagscadeau voor mijn moeder gaan kopen. Op wielen raak je geen winkel in. Soms leggen ze een ramp buiten en denk je:”Daar kan ik naar binnen”, maar eens over de drempel is er nauwelijks plaats voor een visgraat tussen de schabben. Een rolstoel kan niet langs de kleurige flesjes en potjes zonder een spoor van vernieling (ook op je kneukels!) achter te laten. Zin in koffie? Jammer. Staan de stoelen niet te dicht bij mekaar, dan is het een etablissement met banken. Terug naar “af”. Tenzij je die éne zaak vindt, waar men de deur al vriendelijk voor je openzwaait terwijl je de bocht nog moet nemen om de ramp op te rijden. De tafeltjes staan heerlijk ver van mekaar, de ober vraagt waar je graag wil zitten en haalt de overbodige stoel weg zodat je zonder problemen plaats kan nemen. Laat ze daar dan nog lekkere koffie hebben ook! Ik kan geen naam noemen, want ik heb er niet op gelet. Maar het was op de Wapper. Je kan het niet missen, er is maar één zaak met een ramp.
Grappig? Tegen die tijd heb je al het gevoel dat je blij mag zijn dat men je duldt in de samenleving!

Ik ben niet groot. Met 1,52m ben je wel gewend dat je soms alleen maar kan kijken, maar aankomen niet. Maar als je leven zich op wieltjes afspeelt, betekent dat nog niet dat het vlot bolt. Meestal draait het vierkant. Balies zijn zo hoog, dat men je niet ziet zitten. Met wat tegenslag zit je daar bij sluitingstijd nog. Koeltogen zijn lager, maar te breed, zodat je niet bij dat lekkere slaatje kan en genoegen moet nemen met een broodje. Automatische deuren zijn inderdaad stout zoals op de kindvriendelijke stickertjes staat. Net als je eindelijk met je rolstoel over het drempeltje bent, schuiven ze dicht. Met wat geluk ben je nog niet uit het gips, dan voel je de pijn niet zo. Trouwens, de verzorging is vlakbij. Je ging net binnen in het ziekenhuis op consultatie. Een draaideur zoals aan sommige winkelcentra, daar begin je beter helemaal niet aan. Oh, en dan heb je natuurlijk de klapdeuren. De naam alleen al … Grappig? Als je single bent en voor de rest van je leven aan een rolstoel gekluisterd, is verhongeren op termijn misschien nog zo treurig niet.

De scènes zijn bewust grotesk beschreven. De gebaren zijn uitvergroot, de muziek te luid, het licht te fel. Als de clown in de kleedkamer de schmink weghaalt, is er nog genoeg tijd voor machteloze woede.

Laat een reactie achter