De Meute…
Zomer. Mooi weer. En een Stuk Natuur dat zich probeert te herstellen van de ingrepen van de mens. Dat laatste zou nog wel eens kunnen slagen ook, gesteld dat die mens er binnenkort definitief zijn tengels van af houdt.
Of ook: voor- of najaar of winter. Slecht weer (en dan heb ik het vooral over slijktoestanden bij eender welke temperatuur). En datzelfde Stuk Natuur.
En dan komt de Meute. Afhankelijk van de oproep (want er is altijd wel iemand die op een idee komt en de anderen “oproept”) is de Meute voorzien van zware botienen en een rugzak of een fiets (aldaniet met héél dunne of erg vieze bandjes) of een jachtgeweer, maar altijd is de Meute omvangrijk, met haast en het idee van “wij zijn met veel, dus het is hier allemaal van ons”.
Als Einzelganger heb je niet langer recht op de lucht die je dacht in te ademen. Of op een smal strookje waar je ook een beetje van dat Stuk Natuur kan genieten. Of gewoon op wat stilte. Want de Meute pikt alles in. En wat ze niet kan bezetten, maakt ze kapot.
De Meute houdt zich niet aan de paden maar maakt er door overbetreding nieuwe bij. Kwestie van haar stempel op het Stuk Natuur te drukken. In het geval van slijktoestanden kan de Einzelganger thuis nog restjes pad terugvinden tussen zijn tanden, in zijn haren en op zijn kleren, want net als de Meute op zijn hoogte komt moet ze zo nodig een slippertje maken zodat hij van kop tot teen vol smurrie hangt. Hoongelach is zijn deel, terwijl de Meute verder snelt naar de kroeg.
De Meute eigent zich de levens in het Stuk Natuur toe. Zonder enige hinder van respect schiet ze op alles wat beweegt en stelt zich pas achteraf vragen. Dat is dan de goeie Meute. De andere stelt zich geen vragen…
De Meute verovert alles, zelfs het diepste innerlijk van de Einzelganger. Want de stilte wordt aan flarden gereten door schelle roddelstemmen die Story- en andere Privé-berichten delen. Als de Einzelganger niet tijdig in de brandnetels of braamstruiken duikt, wordt hij door de Meute onder de voet gelopen en weggeschamperd.
De Einzelganger kan de Meute slechts op één manier proberen te verschalken: door ’s zondags om een uur of 5 op te staan en naar het Stuk Natuur te gaan, vóór de rotverwende, vernielzuchtige, pretentieuze Meute haar roes heeft uitgeslapen en in beweging komt. Slechts op die voorwaarde kan de Einzelganger met een beetje geluk door het Stuk Natuur wandelen zonder omver gegooid te worden door dikke walmen goedkoop parfum en alcoholadem. En als het even meezit: zonder “sportsnot” aan zijn kleren…
Wil de Einzelganger dus einzel gaan
moet hij’ s morgens vroeg opstaan
of des avonds bij het licht der maan
een stukje natuur reserveren
anders zullen die ongelikte beren
van de meute hem/haar hun versie van natuur serveren
Geeft de Einzelganger van begrip wat blijk
wordt zijn beloning een bad van slijk
Lieve meute laat Einzelganger einzel gaan
Tenslotte heeft hij/zij ook recht op bestaan
He, bedankt baron! Zo kan je het ook kort en krachtig (en prachtig) samenvatten…