Overzicht van de binnenlandse pers…
De gedrukte kranten hebben het de laatste jaren steeds moeilijker met de concurrentie van de online versies. Toch blijven de redacties zich uit de naad werken om ervoor te zorgen dat zij die hun ochtendkoffie graag drinken onder begeleiding van papiergeritsel voldoende geïnformeerd aan de dag kunnen beginnen. Zelf wil ik liever geen omgekapte bomen op de ontbijttafel. Ik moet namelijk mijn rug wat ontzien en dankzij de digitale wereldbabbel wordt het afruimen een stuk lichter.
Ligt het aan de vluchtigheid van het medium of vindt u -waarde lezer- in uw fluisterend papier ook van die berichten waarvan u denkt: “Euuhhh, watte…?” Om mijn vraag te verduidelijken haal ik er wat krantenkoppen van vandaag bij.
“Nieuw-Zeelanders met verdachte griep moeten 3x toeteren” (GvA)
Met of zonder zakdoek?
“Chinezen moeten roken om economie te redden” (GvA)
Eerst de tabakproductie op de been houden en dan de farmaceutische industrie, de geneeskunde en de verpleegzorg…
“Colruyt haalt zuurkool met kakkerlakken uit rekken” (GvA)
Heb je eens een originele snelklaarmaaltijd ontwikkeld, is het weer niet goed!
“Draagbare toiletten redden leven piloot” (DM)
Moet het nu echt zo overdreven? Voor wildplassen krijg je toch hooguit een boete?
“Verhofstadt wil Europa uit crisis met nieuw boek” (DM)
De royalties worden heel royaal doorgestort in de bodemloze kas van Europa.
“Rij-instructeur toont hoe je vluchtmisdrijf moet plegen” (DM)
Jong geleerd…
“Oostenrijkse pater verbergt wapenarsenaal in kloostercel” (DM)
Die zit al in de startblokken voor de volgende kruistochten waarschijnlijk.
“De butler en de roereieren van de gravin” (deredactie)
The VRT goes durty.
“Brandweer tilt inbreker met hoogtevrees uit dakgoot” (deredactie)
Ik had hem nog zo gezegd: bezint eer ge begint!
“Snoepje voor wie juiste snelheid rijdt” (deredactie)
Na de derde karamel kan je niet meer te snel want dan staat het hele dorp in de file.
Ach, het is weer eens wat anders dan Fortis, crisis, oorlog en aanslagen. En de Belg lacht toch al te weinig, naar het schijnt…
Affodil leest Cees Nooteboom (999) (5)
“De dromer heeft geen koffers nodig om te komen waar hij wil”
Het is geen citaat uit het boek dat ik langzaam – tè langzaam- aan het lezen ben. Het is een zin die me trof als een moker gemaakt van donsveren, gisteren tijdens “Reiziger. Van Rum tot Van Esbroeck”
Wordt de liefde voor dichters en muziek geboren tussen houtskrullen? Het viel me al eerder op dat er wel meer timmermanskinderen in muziekland rondlopen. Of misschien ben ik net gevoelig voor hùn stemmen. Wie zal het zeggen?
Feit is dat – net op het moment dat voor ons het reizen voor onbepaalde tijd binnen de grenzen van enkele auto-uren beperkt wordt door de zorg voor de oudjes - de wereld via muziek en boek verder opengaat.
Reiziger, jij was gisteren -méér nog dan je kompanen op de scène – de grote aanwezige in de zaal. Je sonore stemgeluid zong mee met je vrienden van alle tijden, las via hun kelen de teksten van geliefde dichters, lachte ingehouden om de anekdoten… Je nam ons weer mee naar de verre landen aan de andere kant van hart en ziel. Je zat in de zaal en genoot van deze intieme hulde van je vrienden-muzikanten: Paul met zijn al even diepe, donkere stemgeluid, Juan-de-Argentijn “die steeds beter zingt”, Wiet die nog steeds het gekke sprongen maken niet verleerd is, al worden de bewegingen ook al wat hoekiger…
Jij was het, Reiziger, die mij Slauerhoff leerde kennen en Minne appreciëren, jij redde op een vermaledijde avond in het Zuiderpershuis Lorca van een roemloze dood. Zovele avonden – in een zaal of thuis naast grammofoon of cd-speler – werd jij een god in het diepst van de gedachten van gelijkgestemden. Jij genas malandoënd Vlaanderen van de metronoomtango en bracht het échte, Argentijnse ingetoomde vuur in huis.
Het ga je goed, Reiziger. Vaya con díos.
En intussen…
De Oriënt Express.
De andere Reiziger heeft geduldig gewacht tot hij van mij uit een vochtig Londen mag vertrekken. De tijd speelt voor hem geen en juist veel rol, want deze keer verplaatst hij zich door tijd en ruimte met de ultieme tijdsmachine: de Oriënt Express. Ik kon hem met een gerust hart op het perron achterlaten, want ik wist dat hij er toch niet weg kon vanwege een kapot onderdeel van dit reizend monument. Hij wordt uiteindelijk verzocht zich naar Parijs te begeven om daar zijn plaats in zijn coupé in te nemen, want enkel daar kan de herstelling gebeuren. En zo komt het dat hij niet na een breakfast thea, maar na een sterke café noir naar zijn fluwelen omhulsel begeleid wordt.
Als iedereen zich geïnstalleerd heeft en het signaal van de stoomfluit weerklinkt, trekt het stalen ros zich op gang en hakken de zware stangen aan de wielen de afstand in mootjes. Je hoort de kilometers breken: kedang-kedang… De livreibedienden nodigen hun gasten uit om zich naar de restauratiewagen te begeven en zich te laten verwennen als de koningen uit vroeger jaren. Het tempo waarmee de voertuigen door het landschap glijden laat de reiziger nog toe iets te zien van dat landschap, de medereizigers worden in gelijke mate studie-object. Wie met de Oriënt Express reist is niet gehaast. Hij of zij verplaatst zich niet met de OE, heeft geen oordopjes in om het geluid binnen te sluiten, en verschuilt zich niet met een gesloten blik van station tot station achter het opengeklapte scherm van een lap top.
Op het moment dat de reiziger deze tocht onderneemt is het traject echter fel ingekort. Er wordt in relatieve stilte een Koude Oorlog uitgevochten en de luxueuze stellen rijden zich vast in de onbeweeglijke plooien van een Ijzeren Gordijn. Eindstation Venetië. De duiven op San Marco wachten…
Affodil leest Cees Nooteboom (999) (4)
VS
De reiziger heeft zijn tocht wel degelijk verder gezet. Maar hij heeft het even in zijn eentje moeten doen. Zelf had ik het druk met het voorbereiden van onze eigen vakantie. Koffers pakken, nog wat schikkingen treffen voor het thuisfront, …
Ik had verwacht de vertrouwde routine van bij de eerste dag te kunnen oppakken. ‘s Voormiddags de boodschappen en wat rommelen in huis of een eerste korte boswandeling met de hondjes, na de middag een uitgebreide wandeling door het bos en langs het strand en dan een hete douche en me in de zetel opkrullen met mijn boek. De vakantie begon ook zo veelbelovend: bij de eerste begroeting van de zee werden we opgewacht door 5 grijze zeehonden. Onze twee groepjes bleven elkaar nieuwsgierig gadeslaan tot wij –de landdieren- van de kou verder moesten. Toen was er wel nog die douche, de hete chocolademelk en dat boek.
Maar het lezen schoot niet op en een paar uur later bleek waarom: ik had een dikke griep onder de leden en mijn hoofd wilde niet mee. Daar heb ik een week mee geworsteld, niet in staat om de reiziger te volgen op zijn tocht door de VS. Hoe hij ook zijn best deed te beschrijven hoe de woestijn van Birma vervangen was door de woestijn van de grootstad met haar eigen (natuur)wetten, ik begreep het allemaal niet. Pas aan het eind van deze vakantie beginnen de verhalen weer effect te hebben en mijn nieuwsgierigheid te prikkelen.
De fictieve realiteit van de kunstmatige samenleving, de anonimiteit en de vluchtigheid van motels, waar je onder een al even fictieve identiteit even iemand anders kan zijn en dan weer in het niets verdwijnen, het eigen leven dat die tijdelijke personages gaan leiden en hoe ze bezit nemen van het motel en er de volgende bezoeker opwachten,… En toekijkend op dat alles, de lone ranger, de vereeuwigde eeuwige eenzaat. “Hij rijdt over Hollywood als het bevroren idee van een tijdperk en zijn naam is een sigaret”
Affodil leest Cees Nooteboom (999) (3)
Birma
Het probleem met de boeken van Nooteboom is dat je ze langzaam wil proeven. Je wil zeker niets van de subtiliteiten missen, elke smaaknuance wil je oppikken. Dit soort boeken vergelijk ik graag met een doos heerlijke chocolaatjes. Eens de verpakking verbroken gaat de hele doos er gegarandeerd aan, maar elk stukje laat je wel zuinigjes smelten op je tong. Op chocolade wordt NIET gekauwd. Niet door een doorwinterde chocoholic…
Maar aan de andere kant “trekt” het boek aan je en wil je -soms op de meest onverstandige momenten- verder lezen. Een nachtelijke leessessie is geen ramp als je met vakantie bent, maar als je om 6u ’s morgens verondersteld wordt met een enigszins helder hoofd de wereld in te stappen kan het onhandig uitpakken.
Ook lunchpauzes zijn per definitie te kort. Lezen tijdens het eten is niet gezond, maar hoe zit het als je eet tijdens het lezen?
Deze drang naar “het boek” brengt op een rare manier wel de nodige beweging in mijn beroepshalve vaak zittend bestaan. Waar heb ik laatst mijn boek neergelegd? En waar ben ik intussen met die leesbril gebleven? De dynamiek van de lezer…
Intussen is de reiziger Nooteboom naar Birma gegaan, heeft daar het maximaal toegestane aantal dagen (7) gereserveerd en is door hemels glimlachende, beeldschone dames afgepoeierd telkens hij een vlucht wou boeken. “Nee” is “nee”, zelfs als het je op een lieve manier wordt ingepeperd. En dat dit oponthoud ernstige schade toebrengt aan je reisplannen en je de tijd ziet wegglippen, leert je vooral dat oosterse tijd een andere dimensie heeft dan hier in het westen.
Niet dat de reiziger, die dit keer in het gezelschap van 2 bevriende gezellen op pad is, het als verloren tijd aanvoelt. Er is altijd iets te zien, iets te horen, voelen, ruiken, proeven voor wie voldoende nieuwsgierigheid in zijn bagage meedraagt. Maar 7 dagen is weinig om een westerling te introduceren in de onthechting van het “nu”.
Een bepaalde passage sterkt me trouwens in mijn overtuiging dat Nederlanders evolutiegewijs geboren worden met een fietszadel gebruiksklaar aan hun staartbeentje. Helemaal aan het andere eind van de wereld, in een onooglijk gat, huurt de auteur een fiets om de omgeving te verkennen. Hij rijdt over zandwegen naar ruïnes die vertellen over een ander “nu”. Hij rijdt naar de oever van een rivier waar hij onder een boom naar de vluchtige dagdagelijksheid van de Birmanen kijkt. Hij rijdt de zon tegemoet of laat ze net ver achter zich. Hij rijdt verloren en wint er weer een ervaring bij.
Affodil leest Cees Nooteboom (999) (2)
München.
“Een” reiziger, “dé” reiziger, vertelt over zijn bezoek aan de stad München. Over de dilemma’s en de keuzes, de twijfels en de zekerheden. En hij voelt zich net als ik me zou voelen bij zo’n bezoek. Als ik in een stad kom wil ik graag al de belangrijke plaatsen zien. Maar wat is belangrijk en wie bepaalt dat?
Op voorhand lees ik meestal nogal wat af, google het halve wereldwijde net langs op zoek naar documentatie en als het zover is, dan laat ik het liefst al die papieren gidsen en de vlees-en-bloed-exemplaren waar ze zijn. Ik haal bij het dichtstbij gelegen VVV-kantoor een stadsplan en stop het onderin mijn tas. Zo kan ik meestal wel mijn standplaats terugvinden.
En dan ga ik stappen. Een stad vertelt graag zélf haar verhaal en het verschilt nogal eens van dat wat in de brochures staat. De achterkant van stadspaleizen, musea en kerken is vaak veelzeggender dan de hapklare brokken voor toeristen en de klatergouden fronten…
München converseert met de reiziger via zijn beelden. Geslachtloze engelen die toch ontegensprekelijk “zij” zijn, Romeinen uit de tijd van Caesar die tussen Oud-Griekse zuilen rondhangen in een gebouw dat werd bedacht lang nadat hun “nu” vervangen was door de toekomst, in een stad die nog niet bestond toen ons verleden nog “nu” was.
De reiziger laat zich maar al te graag verleiden tot bespiegelingen over tijd en ruimte en lapt de lokroep van de gidsende sirene aan zijn wandelschoenen, elke keer hij er de kans toe ziet. Vaak is een detail voldoende om zijn aandacht af te leiden van de pseudowetenschappelijke praatjes: een engelenvoet, een krul aan een zuilkapittel die de verkeerde kant opwijst, de plooi in een geschilderd gewaad, de vorm van een schaduw of de afmetingen van een paar putti op schaal 5/1.
En bij elke straathoek: de tijd als mantra…
Affodil leest Cees Nooteboom (999) (1)
want Affodil leest “De wereld een reiziger”.
In de keuzelijstjes voor 999 zaten een paar rubrieken waar ik met Cees Nooteboom gebeiteld zou zitten. “Bij de buren” zou al helemaal een schot in de roos zijn, want wie wil deze rustige man nu niet als buur. Ik zou me overigens erg gelukkig prijzen als ik zijn buurvrouw zou kunnen zijn, want de helft van het jaar brengt hij door op Menorca…
“Nederlandse literatuur na 1950″ kon ook en wérd het ook, zij het met een ander boek. En zelfs voor de ééndagsboeken had ik een geschikte “CN” liggen. Maar met “De wereld een reiziger” heb ik toegegeven aan mijn drang naar “Sentiment”. Je ziet het: met deze auteur ben je van alle markten thuis.
Herinnert iemand zich het programma van Lucas Van Der Taelen, “Omweg naar Santiago”? Het was een 2-delig programma gebaseerd op Nooteboom’s gelijknamige boek. Ik heb het toen opgenomen en nu de videorecorder zijn laatste zucht heeft gelaten heb ik het geluk dat een collega de band wil overzetten op dvd. Want ik kijk nog altijd graag naar de mooie sobere beelden.
Ik luister ook nog altijd graag naar het sonore stemgeluid van de reiziger Nooteboom. Hij doorkruist zijn geliefde Spanje (en de wereld) op dezelfde manier als ik het zou willen doen en met aandacht voor net dié dingen die mij ook altijd raken.
Hij heeft “iets” met tijd en omdat ik ook een veeg van dat “iets” heb, kan ik mij vaak perfect in zijn boeken inleven. Hij neemt me mee zijn gedachtenwereld in. En al reis ik op zo’n moment dan “light”, de bagage aan gedachten en overpeinzingen is nauwelijks te torsen. Reizen met Cees Noteboom is nooit alleen maar ontspanning, maar altijd een ongekend genoegen.
In “De wereld een reiziger” worden een aantal van zijn bekendste reisverhalen gebundeld. Ze gaan over de meest uitéénlopende bestemmingen, maar steeds keren dezelfde tema’s en fascinaties terug. “Tijd” loopt doorheen het boek als een mantra, die op elke reislocatie in een ander ritme wordt opgezegd.
De tijd die in München de ene keer lijkt stil te staan en de andere keer voor je uit holt, of je uitlacht door zich in de vorm van de onwaarschijnlijkste anachronismen te tonen, bij voorbeeld.
Dit gaat geen boek worden dat “leest als een trein”. Hier moet je de tijd voor nemen…
Beginzinnen en citaten (999)
Sommige auteurs zijn meesters in het fomuleren. Vaak blijven beginzinnen of citaten uit een boek lang (soms jaren) hangen. Misschien is het een leuk idee om hier een aantal van de treffendste oneliners bij te houden.
Ik begin vast met een citaat uit De wereld een reiziger van Cees Nooteboom:
Voorbijgangers zijn elkaars gelijken, elke voorbijganger is de voorbijganger van de andere.
999 (2)…
De Groote Uitdaging is dus van start gegaan. Op Misdaadromans.nl zijn de categorieën net iets anders uitgevallen dan die welke ik zelf gekozen had, maar gelukkig loopt één en ander wel gelijk op. Ik geef dus voor de volledigheid ook de “officiële” lijst van de uitdaging weer:
1. Sentiment: De wereld een reiziger / Cees Nooteboom. Eigenlijk omwisselbaar met 4 (de buren), maar dat leg ik daar dan even uit. Beiden liggen me zeer na aan het hart. Nooteboom is de man die me de wereld van de reisverhalen heeft ingetrokken en nooit meer losgelaten.
2. NTL: De vliegeraar / K. Hosseini (had ik al staan)
3. 7 hoofdzonden: De wraakneming / M.Cole (idem)
4. De buren: Het verboden rijk / Jan Slauerhoff. Ik had hier eerst Tess Gerritsen staan. Had ik nog nooit iets van gelezen. Uiteindelijk bleek dat -ondanks de erg Nederlands klinkende naam- een Amerikaanse te zijn. Oeps! Ik leerde Slauerhoff eerst waarderen als dichter via de muziek van wijlen Dirk Van Esbroeck. Pas later ontdekte ik dat hij ook essays geschreven had. Dit boek wacht al een tijdje om gelezen te worden.
5. De wereld rond: Geheime notities van don Rigoberto / Mario Vargas Llosa. Ik las eerder van dezelfde auteur De oorlog van het einde van de wereld. Benieuwd of ook hier het bloed tussen de pagina’s uitdruipt…
6. De lezer: Ik voel mij aangesproken, maar wacht even af om daar een datum op te plakken. Het is de rubriek waar “de lezer” een leesdagboek bijhoudt en zijn/haar wedervaren tijdens het lezen beschrijft. Afhankelijk van waneer er geen kandidatuur is voor een bepaalde maand of er eens een ander type boek gevraagd wordt, kan ik hier ook mijn leesdagboek insprokkelen. Ik heb al zo’n donkerbruin vermoeden welk boek daar voor gaat in aanmerking komen…
7. Scandinavische misdaden: Hier wil ik wel eens terugkeren naar Arnaldur Indridason, maar ik weet nog niet welk boek.
8. Bella Italia: Camilleri staat al een tijdje op mijn to do-lijstje. Wordt bij Ine en elders hoog van opgegeven en ik heb er nog steeds niets van in handen gehad. Overigens krijg ik al de lachstuipen als ik zijn naam zie staan, want de eerste keer las ik Calimero en dat blijft maar hangen. Hopelijk verspreek ik me niet bij de boekenboer.
9. Vijfsterrenboeken: Houvast / Harlan Coban. Een schrijver waar sommige mensen hoog van opgeven, maar waar ik nog niet aan toe gekomen ben. 999 is hier een goed excuus voor. Misschien blijkt dat achteraf niet eens nodig.
Met 3 gelijklopende titels op 18 kom ik dus op 15 boeken en evenveel recensies uit. Op 9 maanden. Ik ga er vast aan beginnen…
999…
… is geen nieuw alarmnummer. Het is de aanduiding van een heerlijk leesinitiatief waarbij het de bedoeling is om vanaf 1/1/2009 en tegen uiterlijk 9/9/09 (vandaar) in 9 verschillende categoriën 9 boeken te lezen én te bespreken. Als ik goed kan rekenen zijn dat 81 boeken. Dat haal ik dus niet. Maar op het forum van Ine Jacet willen we met z’n allen samen aan dat aantal komen.
Voor mij is het een goede reden om eens grote schoonmaak te houden in mijn NTL-stapel. Dat is in lezerskringen de geijkte afkorting voor “nog-te-lezen”-stapel.
In een eerste fase heb ik al een lijstje gemaakt voor mijn persoonlijke challenge:
1. Een uitzonderlijk jaar: ?
2. Ver van huis: ?
3. Beroemde onbekenden: Publiek geheim / J. Bernlef
4. Dikkerdjes: “De blinde huurmoordenaar” / M. Atwood
5. Nobele onbekenden: Fietsen op het dak van de wereld / G. Vancraeybex
6. 1-dags boeken (zo dun of spannend dat ze in 1 dag uit zijn): “Het Spaanse van Spanje” / C. Nooteboom
7. Allemaal fantasy: “HP en de vuurbeker” / JK Rawling
8. Middeleeuwers: “Een ladder op de aarde” / H; Nolthenius
9. NL literatuur na 1950: “Een lied van schijn en wezen” / C. Nooteboom
Uiteraard is daarmee de NTL-stapel nog niet eens gehalveerd, dus als alles meezit (en ik heb de boeken uit de collectieve opdracht gelezen!) , kan ik nog eens opnieuw beginnen met andere titels en zelfs met andere selectiecriteria. Wie ook zin krijgt, kan eens gaan kiezen uit deze lijst of er voor zichzelf nog ideeën aan toevoegen.
Om al een beetje in de stemming te komen heb ik de NTL-stapel al aangesproken. “De poorten van Damascus” van Lieve Joris ligt de eerstvolgende dagen steeds binnen handbereik…
Affodil leest Kim Moelands (4)
Nee, ik ben niet ondergedoken en al evenmin kwam ik niet door het boek heen. Ik was gewoon even te druk met andere dingen om hier verder te schrijven. Gebeurt soms…
Vaak genoeg met het boek rondgezeuld trouwens, in de hoop die paar laatste hoofdstukjes te kunnen lezen tijdens de lunchpauze, maar als de lunchpauze er bij inschiet, valt er naast niets te eten ook niets te lezen. Het maakte het wachten niet leuker want lezen moet toch aan een gezapig tempo kunnen, zonder te grote onderbrekingen. Jammer dus, maar het deed gelukkig niets af aan de sfeer toen ik eindelijk de eindmeet in zicht kreeg.
Het verhaal:
Ballou is de nieuwe drijvende kracht in Kim’s leven. Het eigengereide beestje zorgt ervoor dat ze de nodige beweging neemt en zich niet opsluit in haar cocon. Op een slimme manier weet de kleine hond een nieuwe routine te forceren en Kim laat zich gewillig vermurwen door haar maatje. Als het even niet goed gaat en ze weer naar het ziekenhuis moet, kan Ballou bij Kim’s ouders terecht. Haar vrienden nemen haar mee op vakantie als ze weer beter is en helpen haar het maximum uit de haar toegemeten tijd te halen. Vriend Sander haalt haar over om haar eerste soloboek te schrijven (samen gingen ze al eerder aan de slag over thrillerland) en steunt haar door dik en dun.
En Ballou doet nog meer: ze laat baasje uit op de hondenwei, waar nog andere baasjes worden gelucht. En zo leert Kim Robin kennen. Robin heeft superblauwe magneetogen, haalt kriebels boven in gebroken harten, maakt haar aan het lachen en kan goed luisteren. Hij brengt Kim ook in verwarring, want ze houdt toch -ook na ruim 2 jaar- alleen van Ron? Wordt hij de nieuwe man in haar leven of moet ze -op aanraden van Ron- ook eens in een andere kleur ogen kijken?
3 reacties