De helden van de herfst…
6 venten, 5 jachthonden, 4 stokken, 2 geweren en 1 ondermaats konijn (hopelijk met mixomatose).
Ze schieten op al wat beweegt, op al wat niet beweegt en -als het even meezit- ook op elkaar.
Je hebt het leger niet nodig om mannen te maken…
Halloween…
Afgelopen nacht. Een korte, hoge blaf in de living. Iets tussen smeken en bevelen, met een vleug paniek erbij. Floor “moet” dringend. Ik sta op en laat haar in de tuin. Het verrast me dat het zo’n zacht weer is en in afwachting dat de dame weer naar binnen wil, loop ik even de tuin in.
Ik doe dat niet alleen om van het zwoele weer te genieten, maar ook omdat onze honden nogal eens de neiging hebben om via zelfaangelegde sluipwegen een nachtje te gaan stappen. Als Floor haar pootje weer neerzet (ze doet het op z’n mannekes) zie ik haar een paar stapjes in de richting van de struiken zetten. Omdat ze voor het zwaardere werk graag wat privacy heeft, trekt ze zich wel vaker terug in het bronsgroen (eiken)hout.
Ik wacht. Ik wacht. Ik maan haar aan om een beetje harder te drukken. Ik word ongeduldig en voeg haar al een paar minder vriendelijke woorden toe (ik weet het, dat werkt meestal omgekeerd, maar ik begon toch stilaan kou te krijgen in mijn pyama).
Opeens voel ik mij bekeken en merk ik dat er iets tegen mijn been drukt. Als ik omlaag kijk (het is bijna volle maan, mensen) zie ik een zwart kopje beurtelings naar mij en naar de struiken kijken. Gelukkig was er niet genoeg licht om ook de ongelovige grijns op de snuit van Floor te zien. Zij was achter het tuinhuis haar hoopje gaan doen en ik had de hele tijd tegen een schaduwplek tussen de struiken gepraat.
Bijna volle maan. Bijna Halloween. En op het moment dat ik terug in bed kruip springt de klok op 0:00. Het spookuur. Of misschien toch een bril aanschaffen?
Onweer op komst…
Floor was al ruim een week aan het “schaatsen” en heel verwoed aan haar uitlaat aan het likken. Wormen konden het niet zijn, ze heeft nog niet zo lang geleden een kuur gehad en bovendien zou Nicky het dan 95% zeker ook hebben. Naar Joris dus.
Een belevenis op zich want bij onze aankomst was de wachtzaal al bevolkt met een mastiff napolitain (schatting: 100kg droog aan de haak), een enorme bouvier (ietsje lichter), een piepjonge Mechelaar, 2 labradors (een jonge bleke en een oudere chocoladekleurige) en een piepklein handjevol met een kopje als van een eekhoorntje. Dat kopje heb ik maar even gezien want dat zat het grootste deel van de tijd verborgen in vrouwke’s mouw. De rest van het publiek was namelijk zo veel van zeggen dat het handjevol liefst deed of het ergens anders was.
Floor probeerde heel even zich in het debat te mengen, maar ondervond alras dat ze met haar nochtans felle jachthondenstem geen schijn van kans had om gehoord te worden. Het leek het parlement wel en dus gaf ze ter plekke haar politieke ambities op..
De diagnose was snel gesteld: ontstoken anaalklier. Er kwam een behoorlijke hoeveelheid onbehoorlijk riekende etter uit en Floor liet een zucht van verlichting toen de druk op haar knalpot weg was.
Twee spuiten, een zalfje en 2 latjes pilletjes later vroeg ik aan Joris of hij ook iets had om Floor haar mateloze paniek bij onweer en ander geknal een beetje in te tomen. Ik behielp me tot hier toe met rescuedruppels, maar die werken lang maar zeer traag. Meestal is de oorzaak van de paniekaanval al uit de voeten tegen dat de druppels werken. Geen probleem. Joris raadde valium aan. Werkt snel en de hond is er niet suf van, enkel rustig. “Een hond mag daar 1mg per kg lichaamsgewicht van hebben per etmaal, maar ik zou het bij 10mg houden. Dat zijn 2 pillekes. Begin misschien met één. Als het niet helpt kan je het andere zelf pakken, dan hebt ge er geen last van als ze jankt…”
Gelukkig ken ik hem al jaren en ook de humor die we op de campus Slachthuislaan hanteerden. Zijn vrouw Katrien niet en die kan dan zó ongelukkig zitten kijken…!
Een liefdeshistorie…
Ze tuurde dromerig door het raam en merkte nauwelijks de jonge merel op die vlak voor haar neus op het terras met een regenworm zat te spelen. De zon maakte speelse vlekjes op de tegels, maar ze had er geen aandacht voor. Ze bladerde terug in haar herinnering naar de pagina van hun eerste ontmoeting.
Ze was nog niet zo heel lang bij haar nieuwe familie in huis en ze verkende wat schuchter de buurt. Hij was ook nieuw en kwam haar van de andere kant tegemoet. Niet echt een adonis, maar een blonde punker met een weerbarstige kam en brutale ogen, een beetje schonkig en met een klein nukkig kopje. Zij liep hem op zo hoog mogelijke benen voorbij maar draaide toch met haar kont en uit de hoeken van haar ogen probeerde ze te schatten hoeveel indruk ze op hem maakte.
Een paar weken lang herhaalde zich dit spelletje bijna dagelijks als ze na de middag bij “de oudjes” naast de deur ging buurten. Hij, zijn verlegenheid wegmoffelend achter een masker van branie en zij, playing hard to get. Maar alletwee met vlinders in de buik…
Ze konden natuurlijk niet eeuwig zo doorgaan en toen ook de andere boys uit de buurt belangstellend rond haar begonnen te draaien, stak hij zijn stoute schoenen aan en vroeg haar mee uit. Ze liepen stilletjes naast elkaar in de kant van de weg en wisten niet goed wat te zeggen. Maar toen een auto rakelings langs scheerde en hij haar met een bezorgde duw in de graskant deed belanden kwam het tot een speelse schermutseling. De eerste van vele die zouden volgen in de jaren erna.
Ze bleven elk in hun eigen huis wonen maar iedere gelegenheid was goed om elkaar op te zoeken en te knuffelen. Soms kwam hij bij haar op bezoek om in de tuin van haar huis op het gazon wilde spelletjes te spelen. Haar stiefzus stond er dan jaloers op te zien en verstoorde vaak hun idylle met haar nurkse tussenkomsten. Maar daar stoorden ze zich niet aan. Ze hadden enkel oog voor elkaar. De andere aanbidders maakten geen schijn van kans, hoe vaak ze ook langs kwamen om haar het hof te maken.
De afgelopen weken had ze vaak vergeefs op de uitkijk gestaan. Geen teken van leven van haar blonde rocker. Zou dat wulpse geval in het huis naast hem…? Maar dat kon ze niet geloven. Hij, haar ontstuimige held, zou haar nooit ontrouw zijn.
Gisteravond had ze samen met haar stiefzus en hun vrouwtje een blokje om gewandeld. Toen ze zijn huis naderden zag ze hem staan bij het hek. Zijn vrouwtje veegde de goot en hij stond er bij te kijken. Wat zag hij er mager uit. En zijn ogen stonden zo mat. Hij was duidelijk ziek en zijn ooit zo sterke pootjes stonden heel raar.
Toen hij haar opmerkte wilde hij zich eerst verbergen achter een struikje maar zijn liefde was hem te sterk af. Hij strompelde naar haar toe en drukte zijn neus in haar pels. Met een schok realiseerde ze zich dat hij wel heel erg ziek moest zijn. Ze draaiden wat onwennig rond elkaar en bleven met hun zwarte neusjes tegeneen lange tijd diep in elkaars ogen kijken. Toen likte ze teder zijn gezicht en draaide zich om. Stiefzus kwam dichter bij hem en deed voor één keer niet schamper, maar drukte ook even haar neus tegen zijn oor.
Toen waren ze naar huis gegaan. Ze had lange tijd liggen zuchten en was in slaap gevallen met de gedachte dat dit misschien wel de laatste keer was dat ze de liefde van haar leven had gezien…
Zie je wel…
… dat ik gelijk heb? Het moet stormen nu, niet sneeuwen! Regen, tot daar aan toe. Hagel kan ook nog. Maar dat wit gedoe hoort pas met Kerstmis. Als ik er niet met de auto door moet. Dan kan ik doen zoals Floor gisteren.
Ons zwart monstertje lag lekker te soezen in de zetel toen ik in de living binnenkwam. Haar zotte kopje ging omhoog en met slaapdronken oogjes keek ze naar mij. Toen ik haar aandacht vestigde op wat er buiten aan het gebeuren was, sprong ze fluks over de armleuning op haar grote kussen (soms doet het écht dienst) en zat verwonderd te gapen naar de sneeuw. Even vreesde ik dat ze haar eigen nekje zou omwringen. Je kent dat wel: kopje schuin naar links, kopje schuin naar rechts… Haar tempo is bij zo’n gelegenheden niet te volgen.
Ze heeft zich uitgebreid gedrapeerd op haar kussen, neus tegen het glas om zeker geen vlok te missen en is zeker een half uur blijven staren naar al dat voortijdige wit. Toen ik haar naar buiten wilde lokken voor een sneeuwgevecht, bekeek ze me met een uitdrukking van “goe zot, zeker?” en trok angstvallig haar pootjes onder haar warme buik. Pas toen ze een paar uur later toch “moest” en haar poten dus toch koud en nat werden, heeft ze van de gelegenheid gebruik gemaakt om eens grondig voor sneeuwruimer te spelen.
Zus Nicky lag intussen haar koude voeten te warmen aan de pc van baasje. Tegenwoordig botert het niet tussen die twee viervoeters. Samen door één deur lukt alleen als er gewandeld gaat worden. En dan nog. Samen in één kamer: liever niet. En samen rustig in de living slapen? Thanks, but no thanks! Om beurten slaapt er een in het bureel. En denk nu niet dat je ze voor de gek kan houden. Ze onthouden heel secuur wie er de vorige nacht een half huis dichter bij de baasjes geslapen heeft!
Sneeuw hebben we al. Hopelijk wordt binnen een paar weken de kerstvrede afgeleverd…
Nachtdropping…
“Hu… Wasda? Wiesda? DOETALICHTUIT!!!!!! (sneeze)
Dan ligde zo goe te slapen en dan steken ze al die lichten aan… Ge zult maar hond zijn in een huishouwen waar da ze ’s nachts altijd dorst krijgen.
He…? Vrouwke is geelteganst aangekleed? Die is nie goe zeker? Das te vroeg om te gaan werken, zenne. En nu pakt ze de riemen ook nog. Das nie pluis. De laatste keer da’k een onverwachts ritje gemaakt heb een kot in de nacht, hee mijne vroegeren baas mij langs de baan uit den auto gezet.
Floor! Hier blijven, stomme trut! Die denkt dat we ne nachtdropping gaan doen.
Nie mee gaan! NIE mee gaan! Tsss, tsss, tsss, ‘k zal er dan mor achterlopen, want da joenk loopt van de kant in de sloot. Ik weet tenminste hoe da’k mijn plan moet trekken buiten.
Wa heeft Vrouwke nu allemaal mee? Een grote zaklamp? Dan toch nen dropping? Oeioeioei. ‘t Is aan den andere kant van ‘t water te doen. Wacht ies, die rijdt verdorie de verkeerde kant van den tunnel in! Ogen dicht, Floor, we zullen wel voelen als we ergens tegen plakken. Hier brandt ook al het licht. En zoveel volk! Die zijn hier grote kuis aan ‘t doen, joh! Snapt die mensen maar, zenne! Hier naar rechts. Hier naar rechts, mens! Verdorie, nu rijdt ze toch naar ‘t werk.
Amaai, der komen der nog droppen geloof ik. Hier staan wel 4 auto’s. En daar loopt ne groten met nen hond bij. En das ook ne groten! Dien hond, bedoel ik. Kem er wa schrik van. Just tzelfde model askik, maar ne magnum. Brrr. Dasse die mor naar den andere kant sturen, zenne!. Pertang een schoon ventje, pertang… Floor, kijkt voor u!!!
Seg, die van hierneffest hemmen oek sjaar, met hun blauw flikkerlicht op hunnen auto. Das om op te vallen zekers. Dikke nekken! En der is nog een buske van die ploeg ook, ook me een flikkerlicht op. Een grote ploeg precies, want ze blijven der mor volk instampen.
Wanneer begint dadier? Moeten wij hier nu in den auto blijven? Hallo! Hallo! Ons nie vergeten, he!
Och, ze komt al terug en iedereen rijdt weg. Afgelast. ‘t Zal te warm zijn. Of te droog. Chauffeur.. naar huis!”
Is dit een grap…
… of om te huilen? (sorry, m’n beste Herman van Veen)
Gisteren in de late namiddag stak ik de voordeur van ons huis open en meteen wist ik: “bingo!” Ik had bergen zin om rechtsomkeer te maken en nog een gratis nachtshift te kloppen, maar daar doen we (meestal) niet aan bij ons op het werk. De stank die me in de hal tegenkwam deed alle varkensbedrijven terstond in het niets verdwijnen en dat kan maar één ding betekenen: Nicky heeft krampkes gehad!
Het kan ook maar op één plaats te doen zijn: bovenop een bureau, bij voorkeur dat van Baasje. Gelukkig had die voor één keer een moment van helderziendheid gehad en net als ik zijn laptop dichtgeklapt.
Gelukkig, want Nicky probeert haar ongemakken altijd kond te doen via email. Vermoed ik. Ik kan er ook geen andere verklaring voor vinden waarom dat per sé tussen de klaviertoetsen moet spetteren. Dat het een kl***job is om er de stank en bijbehorende substantie weer tussenuit te pleuren hebben we nog kunnen ondervinden in het desktoptijdperk. De enigen die zich daar een breuk om kunnen lachen zijn onze sympathieke dierenartsen…
De solidariteit tussen onze 2 honden is roerend voor toeschouwers, maar ik kon Floor’s prestaties op boeken en sprei maar matig appreciëren, ook al bestond dié uit een reukloze schuimende tractatie die er via een andere weg uitgekomen was. Ze heeft daar in de living laat op de avond nog een imposante demo van gegeven ook, net toen ik op het punt stond om naar bed te gaan…
Na het eten dus naar dierenartsen Joris en Katrien. Conclusie: vorige donderdag zijn onze kneusjes wat te dicht bij een poel gekomen (lees: ze zijn er halsoverkop ingedoken) en hebben zo een salmonellavergiftiging opgedaan. Een paar prikken later zagen ze met lede ogen hun eetbakken verdwijnen, want het verdict luidt: 24u uitvasten en dan voorzichtig met droge voeding in kleine hoeveelheden beginnen. Twee pillen per hond per dag. En voorlopig geen waterpret meer tenzij in de badkuip, maar dat zie ík dan weer niet zo zitten (Floor’s pootafdruk staat nog blauw op mijn bil van de week ervóór).
Helemaal ongevoelig ben ik dan ook weer niet voor dierenleed, al geeft het voorgaande misschien die indruk. Om te bewijzen dat ik best wel inlevingsvermogen heb, ben ik vanmorgen op de Rodekruispost KO gegaan. Dan geef je zonder verpinken ruim 20 jaar bloed en bijna 10 jaar plaatjes en ineens knipt iemand het licht uit. Helemaal donker was het nog niet, maar ik was toch in gedachten al op zoek naar kaarsen en wierook.
Het schijnt niet ongewoon te zijn dat je eens verkeerd reageert op het antistollingsmiddel. Het kan ook door de warmte gekomen zijn (de ramen mochten niet open van iemand die voortdurend over de kou kloeg, al was het er om dood te vallen). In elk geval kon het op geen betere plaats gebeuren want ik lag toch al en binnen de paar seconden was ik omringd door meer dokters en verpleegsters dan waarvoor er plaats was tussen al de apparatuur.
Een frisse cola en een kaasclub later was ik voldoende op de been om aan de bushalte een oude dame op te rapen die het stoepje van de bushalte gemist had. Ik voelde me in die hoedanigheid toch een stuk beter op mijn gemak dan aan de andere kant van de hulplijn…
“Och nee…
… ‘t ga weer spoken! En de baaskes hadden ons vandenavond nog meegenomen voor een lange wandeling! Mijn pootjes doen zeer van achter de donskonten te lopen en de boskiekens te doen verschieten en nu kannek geeneens rustig slapen…
‘k Gaan ies proberen of het helpt as ik e slaapliedje zing. Misschien ben ik dan minder bang. Ik kan wel nie zo goed zingen, maar wel héél hard! Whoeaahhhhh!!! Wat een vuurwerk! Hhhiiiiiii, en dan dat geklop, hé. Ik kan d’r niet tegen! Ik kan d’r niet tegen! Vrouwke! Vrouwke! Help! Mag ik in ‘t groot bed komen schuilen? En ons Nicky ook?
Grmph… hier doet dat dus even lelijk as in de living. En bloedheet dat dat is met 4 in 1 bed! Ik heb al op alle plekskes geprobeerd, maar ‘t is overal even warm. Vrouwke is niet goed gezind omdat ik met mijn kont in haar gezicht zat daarjust en Baaske heeft mij ook al naar mijn poten gegeven omdat ik in zijn * trapte van ‘t verschieten toen die klap hier just boven kwam…
Pfff, wat een hondenleven! As da nu ies stopte met spoken, hé. Kon ik tenminste nog een stukske van mijn schoonheidsslaapke inhalen. Ah! Vrouwke staat op! Ze neemt haar beddegoed mee! Joepie-de-poepie! Ze gaat in de zetel liggen, dan kannekik op die groot hondenmatras slapen terwijl zij over mijn buikske wrijft!
Eigenlijk zou ‘k eens moeten gaan plassen… Maar ik durf niet. Zou ‘k durven vragen of ze mee buiten gaat? Efkes proberen. Whoeaaaah!!!! Weer zo ne klop. ‘k Zal mijne pies maar ophouden. ‘k Mag dan wel nie bukken want d’r sta meer water in m’n ogen dan op den oprit …
Wat is da gebonk nu eigenlijk? Da’s toch niet van dat onweer? Of wel? Of nie? Miljaar! ‘t zijn die gasten van hierover weer die hun jaarlijks feestje houden. Da’s tot dik tegen de vijven dat die boel maken!
Mmmmm… toch nog wat geslapen vandenacht… Waarom ziet Vrouwke d’r zo moe uit? Ze kloddert zelfs de koffie nevest haren drinkbak…”
Wraakgodin…
Nicky gaat al een paar weken hinkend door het leven. Daarom waren we met z’n tweetjes naar dierenarts Joris getrokken, net vóór de vakantie. Het liet zich voor een peesontsteking aanzien, dus kwam er een spuitje aan te pas en een strip pilletjes die in de bagage moesten. We hielden rekening met ons lieverdje voor het uitstippelen van de wandelingen, maar met haar temperament resulteerde dat toch in extra kilometers die ze dan deed. Terug thuis was er nog geen beterschap, dus terug naar Joris. Die stelde dan voor om een afspraak te maken in de kleine-huisdierenkliniek van de UGent in Merelbeke.
Ons slimme vosje maak je niets wijs. Toen ik eergisteravond de eetbak wegnam, wist ze al wat er voor the morning after op het programma stond. Met de discipline van een feldwebel en een trots kopje nam ze plaats op de achterbank. Ik voelde haar hartje nochtans bijna tot achter het stuur te keer gaan.
Lies, een laatstejaars studente deed het voorbereidende onderzoek. Van neusje tot staartje werden betast, beluisterd en gekneed. De zere poot werd geknepen, gestrekt en geplooid en “die kleine rosse” gaf geen krimp. Wél moeilijk om een diagnose te stellen als de patiënt geen hints geeft. Enkel ik kon aan het likken over haar neusje aflezen wanneer iets echt onaangenaam werd.
Daarna kwam een dierenarts, gevolgd door nog een dierenarts en uiteindelijk gevolgd door de prof en iedereen deed weer dezelfde, ongetwijfeld onaangename dingen aan de poot. En Nicky bleef even onverstoorbaar. Iedereen die zich moeite getroost had om haar te onderzoeken werd bedankt met een likje en toen ik achteraf samen met de prof de RX’en besprak, kwam ze er gezellig bij liggen op onze voeten. Van stoïcijns gesproken.
Ons beest heeft een beestje in de elleboog. Een gewrichtsmuis, dus een stukje zwervend kraakbeen dat met tijd en aangepaste medicatie versneld moet oplossen. Oef! Alsnog geen operatie!
Naar de desk dan. Nu ken ik die kleine vossenkop toch al 8 jaar en ik weet uit ervaring wanneer ze op ondeugd broedt. De flikkering in haar ogen vertelde me dat ze wat van plan was. Met een half oog op mijn deugniet en de rest van mijn brilglazen op mijn portefeuille stond ik af te rekenen. De 4 onderzoekers stonden er nog rond, terwijl ze Nicky complimenteerden omdat ze zo “dierenartsbestendig” is. Met een blik van “kijk eens wat ik nóg kan”, zie ik haar door de knieën gaan en een dropping placeren, die je qua proporties eerder aan een mastief napolitain zou toeschrijven. Neusje in de lucht en uitdagend rondkijken. “Na! Zeg er maar wat van. Hij ligt er tóch”…
leave a comment