De student gaat niet voorbij…
De studenten zijn back in town. Gisteren ben ik mijn bureel op het werk uitgevlucht en heb mijn toevlucht gezocht in de relatieve stilte achter mijn pc thuis. Telefoneren is op zo’n moment geen optie, geconcentreerd werken nog minder. Buiten op het grasveld een kraampje of 10 met versnaperingen, drank en muziek (nou ja). Raam open kan dus ook al niet. Ach, nog even genieten van de vrijheid en de jeugd moet weer in het gelid lopen.
De lesroosters worden met het jaar gevulder al geeft het nieuwe BAMA-systeem een vals gevoel van ruimte. Met de mond vol koek en een blikje fris rennen de groentjes nu al achter de leden van het praesidium aan in de hoop zo het juiste auditorium te vinden voor hun onthaalsessie. Die voorgangers staan in de hal naast/onder mijn bureel te gillen als in een vismijn:”wís-kún-deuh!!!”, “biochemiééééééé!!!” (beide met een schelle, hoge meisjesstem), “fýsicá!!!” (een zware bas doet dit klinken als een eerste kleine kernexplosie),…
Ik ben dan wel niet van plan me nog te laten strikken voor dit soort studentikoze kermisgrappen, maar deeltijds weer in het halfrond gaan zitten is toch anders dan vooraan staan om het hoogste woord te voeren. Ik voel mij stilaan een beetje nerveus worden. De eerste kriebels beginnen zich ergens in de buurt van mijn navel te nestelen en ik heb al wel tien keer gekeken of alles klaar staat voor donderdag. Net als vroeger heb ik een spiksplinternieuw schrift met een glimmend groen omslag en ik kan nauwelijks mijn ongeduld intomen om er in te schrijven. Om toch even de feeling met het papier te krijgen heb ik al maar de eerste datum ingevuld bovenaan. Zo wordt het allemaal een beetje concreter en definitiever.
De weg naar het leslokaal ken ik blindelings want ik heb hem al een paar keer gelopen tijdens een bedrijfsbezoek met de arbeidsgeneesheer. Het Brantijzer heeft niet zoveel geheimen meer voor mij na 2 jaar interim op de campus. Zelfs de stof is mij niet geheel onbekend, want ik zit al bijna 12 jaar in de preventiebranche. Maar hoewel ik nog maar 4 jaar toe te voegen heb aan dat palmares, wil ik toch nog proberen het hele parcours vol te maken en ga ik dus voor mijn niveau 1.
Bijna 56 en weer student. Het wordt wennen…
Interessant…
Ik herinner mij nog vaag de lessen wiskunde op school. Vaag, omdat ze toch niet aan mij besteed waren. Het grootste compliment dat ik ooit van een wiskundeleraar kreeg was: “In kansberekening hebben we hier een echt genie in huis: Affodil! Die weet perfect uit te rekenen welke vragen ze op het examen min of meer goed moet beantwoorden om juist 50% van de punten te halen” Pas later – toen ik uitgeglunderd was- begon ik te beseffen dat híj daar waarschijnlijk deliberatiegewijs meer verdienste aan had dan ik.
Na pronostiek kwam statistiek. Bluèèèèhhhhh!!! Het enige waar dat voor deugt, is om iets te bewijzen dat niet waar is. Wil je een stelling poneren en kan je die niet onderbouwen met goede argumenten? Teken een paar statistieken en je kan bewijzen dat wit zwart is. Of omgekeerd, zolang je het zelf maar gelooft.
Pas dankzij dit blog heb ik een leuke kant aan statistiek ontdekt. In het begin ging ik maar heel sporadisch kijken naar de blogstatistieken. En dan nog vooral om zo af en toe eens goed te kunnen lachen of met kanjers van vraagtekens in mijn ogen de google-termen te lezen. Hoe komen mensen in godsnaam soms op een blogje als het mijne terecht?
Maar intussen is mij nog een ander fenomeen opgevallen. Via de bezochte items kan je inschatten welke auteurs momenteel “in” zijn in de scholen. Marsman is nog altijd een klassieker. Was al zo in mijn jeugdjaren en hij blijft het goed doen. Maar ook Bavo Dhooge scoort héél goed. Waarschijnlijk vooral in scholen waar de gasten zélf mogen kiezen.
- Welk boek ga jij bespreken, De Schrijver?
- Euh… ik had gedacht aan SMAK van Bavo Dhooge, meneer. (en dan denkt De Schrijver erbij: “die boekbespreking heb ik gisteren zien staan op één of ander blog”
‘t Is kermis…
De kermis in ons dorp gaat eigenlijk altijd aan ons voorbij. We wonen een eind buiten de kern en hebben er nauwelijks bindingen mee. Hoewel ik de inwijkeling ben van ons twee, ben ik er nog het beste bekend omdat ik obstinaat weiger de kleinhandelaars de rug toe te keren en dus mijn min of meer vaste bakker, beenhouwer en delicatessenzaak heb. Maar verder gaat de band ook niet. Liefst niet. Al jaren draai ik als een kat om de hete brij om toch maar de vraag niet te hoeven beantwoorden waar ik woon. Met een pater-bestuurder aan het hoofd van de gemeente ben je in no time de risée van Vlaanderen. Voor je het weet staat iemand meewarig met het hoofd te schudden of compassieus op je schouder te kloppen. De rand van het Waasland is dus als plaatsbepaling nauwkeurig genoeg.
Geen kinderen thuis en dus ook helemaal geen reden meer om ons suf te laten beuken door het kermisgeweld onder de klokkentoren.
Maar terwijl de kramen rond de kerk weer dichtgeplooid worden, de wagens aangepikt en naar het volgende dorpsplein gesleept, ontkomen we toch niet aan het meedogenloze geluidsgeweld van de boxen, de vieze geur van vette “lekkernijen” en het gekraak van plastic bierbekertjes onder onze voeten. De jeugd is terug op de campus. Leergierig (?) Vlaanderen zendt zijn zoons en dochters weer naar onze gebouwen en gazons om hun tijd nuttig door te brengen. De centrale hal was een uur of twee geleden net een vismijn waar praeses hun nieuwbakken volgelingen bij opbod naar het juiste auditorium schreeuwden. De telefoon kon veilig opgeborgen worden, want een gesprek voeren op een meter of 3 boven een wijd geopende studentenkeel is onbegonnen werk.
Na een onthaalbabbel staan, hangen en lopen de studentjes nu buiten tussen de kraampjes van de verschillende studentenverenigingen. In het glas water op mijn bureel danst de minitsunami op het ritme van de bassen die buiten nog even de illusie van niets-moet-alles-mag hoog houden. Terwijl in Leuven de professoren in hun tabaart door de straten trekken, geloven onze klantjes nog even dat het leven aan de univ één groot feest is. Wacht maar…
Evacuatie…
Vandaag maar weer van wolk 7 naar beneden geklauterd. Het was er nogal koud en vochtig. En er moet nog eens wat gewerkt worden ook…
Omdat ik dus toch nog met een kouwe rug zat en anderen ook wel eens wat frisse lucht gun, heb ik eens alle sirenes open gezet. Eens kijken hoe snel iedereen de deur vindt als het zou branden. Viel best mee. Al waren er die ze in omgekeerde richting rapper vonden. En een paar studenten hadden best wat moeite om te begrijpen wat er aan de gang was. “Is het nu al licht?” “Ja, zeuneke, het wordt al bijna terug donker…” En ik die dacht dat je met ouder worden pas traag van begrip werd.
De beuk erin…
De studentjes beginnen terug te komen, ze hebben er de eerste blokdagen op zitten. Ze maken (nog) veel lawaai. Zenuwen zeker? En een vakantie achter de rug, waarna ze dringend moeten bijpraten. Ik moet in elk geval nog even wachten met mijn dringende telefoontjes, want als ik amper mezelf hoor, hoe kan ik mijn correspondenten dan verstaan? Binnen een goeie week, als de klad er begint in te komen, hebben ze niet zoveel praat meer. Dan beginnen de nachtelijke blokuurtjes door te wegen en zijn ze uitgebabbeld en witjes rond de neus. Ik zal vast wat voorzorgen nemen in de infirmerie, want weinig slaap en geen tijd om te ontbijten zorgen elke examenperiode voor de nodige slachtoffers.
Het personeel begint ook terug op post te komen, de één al wat enthousiaster dan de ander. En dus schakel ik de éne telefoon even door naar de andere. Anders kan ik het niet bijhouden, met 2 zo’n ratels in de hand. Straks worden ze allemaal wel wat rustiger. Dan zijn de enthousiastelingen uitgeraasd over hoe fijn de vakantie was en hebben de anderen zich neergelegd bij hoe kort ze wel was.
En er wordt weer volop verhuisd, van de éne campus naar de andere, van het éne gebouw naar het andere … Of de schikking van de werkplek voldoet ineens niet meer en ze willen eens iets heel anders proberen “maar dan ineens volgens de regels van de kunst, want ik heb echt wel last in mijn hals of met mijn ogen”. Zou er dan toch al wat lente in de lucht zitten? Gelukkig bellen ze nu al op voorhand om eens een bureelindeling te komen bespreken. Vóór de stopcontacten geplaatst zijn, de telefoonaansluiting en het net geïnstalleerd. Nu ze nog kunnen kiezen waar ze hun scherm willen hebben en waar de printer. Ze beginnen het te kennen. Nog even doorwerken en de betekenis van “preventie” zal doorgedrongen zijn. Denk ik. Hoop ik. Dan kunnen we hier op de dienst eindelijk voluit gaan …
5 reacties